Ada Hoornweg
De Taling 44
7609 VC Almelo
06-36368214 (na 18.00u)
info@rt-opderails.nl
Rekenproblemen en Dyscalculie
Het ene probleem is het andere niet.
Rekenproblemen zijn relatief snel en eenvoudig op te lossen. Dyscalculie is een veel ingewikkelder probleem. Kinderen met dyscalculie hebben in eerste instantie altijd rekenproblemen. Pas na heel veel goede rekenhulp gaat een kind met rekenproblemen vooruit, terwijl men bij het kind met dyscalculie, ook met diezelfde hulp, soms nauwelijks vooruitgang ziet.

Er zijn drie rekenbasisvaardigheden:

- Leren wat de betekenis van getallen en hoeveelheden is.
Heeft uw kind in groep 3 bv. moeite met het gebruik van + en - ? Na een aantal weken intensief oefenen kan dan ineens “het kwartje vallen”. Een kind met (vermoedelijk) dyscalculie kan ook na heel veel oefenen leren wat + en – is en het goed gebruiken, maar zal bij iedere som opnieuw weer eerst goed moeten nadenken wat hij bij + of – moet doen. Misschien kan uw kind zich moeilijk voorstellen hoeveel 60 is? Of wat meer is: 59 of 61? Voor sommige kinderen heeft een getal te weinig betekenis.

- Leren hoe je sommen uit moet rekenen.
Heeft uw kind moeite om de som 8 + 6 = uit te rekenen? Bij een rekenprobleem is dat na oefenen 8 + 2 = 10 + 4 = 14 te leren. Nog wat later zijn deze sommen zelfs geautomatiseerd. Dan weet uw kind, als vanzelf, dat het antwoord 14 is.
Blijft uw kind dit erg moeilijk vinden,ook na veel en goede hulp op school, dan noemen we dat een automatiseringsprobleem. Dit geldt voor alle sommen tot 10 en later tot 20.

- Ruimtelijk inzicht.
Misschien heeft uw kind altijd een hekel aan bv. puzzelen, bouwen, tafel dekken, strijkkralen, vouwen, knutselen enz. gehad?
Voor al deze activiteiten is ruimtelijk inzicht nodig en dit moet goed ontwikkeld zijn om je de sommen en later rekenvraagstukjes voor te kunnen stellen en op te kunnen lossen.


Dyscalculie
Dyscalculie betekent letterlijk: niet kunnen berekenen. Kinderen met dyscalculie hebben problemen met het leren van de basisvaardigheden van het rekenen. Deze worden geleerd vanaf groep 1 tot en met groep 4. In de kleutergroepen leren kinderen bv. omgaan met hoeveelheden, maar ook het knutselen en het spelen met bv. mozaïek, blokken, puzzels etc. is belangrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling.
Vanaf groep 3 bouwt men daarop voort. Eerst met alle sommen tot 10, later tot 20.

Bovengenoemde zeer belangrijke basisvaardigheden vormen het fundament voor het latere rekenen en worden dan ook intensief geoefend met als doel ze te automatiseren. Wanneer dit proces goed verloopt worden deze vaardigheden opgeslagen in het langetermijngeheugen en zonder moeite weer naar boven gehaald.
Merkt u bij uw kind dat het moeite heeft met het vlot, automatisch antwoord geven op zijn sommen? Dan kost dat veel energie en tijd, zeker wanneer de rekenopgaven ingewikkelder worden.
Soms heeft een kind extra problemen met een van de bovengenoemde vaardigheden, echter vaker zien we een combinatie van problemen.

Over de oorzaak van dyscalculie is nog onvoldoende bekend. Wellicht kan het erfelijk zijn; het is wel bekend dat ernstige rekenproblemen vaak bij meer personen in de familie voorkomt.
Ook problemen met het geheugen in het algemeen, of juist alleen bij rekenen, kunnen een rol spelen.

Wanneer dyscalculie niet op tijd wordt herkend op school, kan er een verkeerd beeld ontstaan over de mogelijkheden van uw kind en zijn probleem. Uw kind kan daardoor onnodig veel moeilijkheden ondervinden, frustraties oplopen en hierdoor zelfs faalangstig, depressief of agressief worden.
Er is geen simpele test om te concluderen dat uw kind wel of geen dyscalculie heeft. Wanneer de rekenproblemen niet overgaan met de juiste extra hulp op school, aarzel dan niet, maar neem contact op met mij.

De behandeling
De behandeling van rekenproblemen hangt af van de aard en de ernst ervan. Na een gedegen rekenonderzoek wordt op een creatieve manier in spelvorm aandacht geschonken aan de tekorten van uw kind. Er wordt uitgegaan van wat uw kind al kan. Een goede motivatie van uw kind is belangrijk; dit wordt door de extra hulp ook bevorderd.
Een kind met dyscalculie heeft minimaal 6 - 8 keer zoveel instructie en oefening nodig om het rekenen onder de knie te krijgen dan de gemiddelde leerling. In overleg met de remedial teacher is het daarom noodzakelijk dat u thuis ook oefent met uw kind.
Hoe beter de hulp van remedial teaching, van school en van uzelf op elkaar is afgestemd, hoe beter het resultaat voor uw kind kan zijn.